De wedunaar
Het is een warme zomeravond. Hij is op de fiets. Bij het pontje krijgt hij een lekke band. Hij baalt als een stekker. Want hij heeft helemaal niets bij zich om de band te plakken. Hij neemt de fiets bij de hand en loopt in de richting van het pontje. Daar hebben ze misschien wel plakspullen. Er stopt een oud busje. Het raampje gaat omlaag. Kapotte band? Een vrouwenstem. Wat een stomme vraag, denkt hij. Ik loop hier niet voor mijn lol.